Wat is de uitstralingshoek?
De uitstralingshoek (beam angle) van een lichtbron bepaalt hoe breed het licht wordt verspreid. Het is de hoek waarbinnen de lichtsterkte rond de hoofdas meestal tot ongeveer de helft van de piekwaarde wordt gelezen. De formule voor de lichtcirkeldiameter is D = 2 × h × tan(α/2), waarbij h de afstand tot het oppervlak is en α de opgegeven bundelhoek. Gebruik dit als geometrische start: de werkelijke luxwaarde, randzone, verblinding en gelijkmatigheid volgen uit armatuurlumen, fotometrie, reflecties en plaatsing.
Directe projectroute
- Bereken de lichtcirkel voor de gekozen montagehoogte en bundelhoek.
- Vertaal de cirkel naar een raster met de lampenafstand calculator.
- Controleer lumen en lux met LED-aantal of ruimteverlichting.
- Controleer comfort via gelijkmatigheid en UGR wanneer het om werkplekken of kijkrichtingen gaat.
Uitstralingshoek begrijpen en berekenen
- 10°-15° (Very Narrow Spot) — Accentverlichting, musea, winkeletalages. Zeer gerichte bundel voor het uitlichten van objecten.
- 20°-25° (Narrow Spot / Spot) — Schilderijverlichting, productpresentatie. Duidelijk zichtbare lichtspot op het oppervlak.
- 30°-40° (Flood) — Algemene spotverlichting, woonkamers. Goede balans tussen gericht en verspreid licht.
- 50°-70° (Wide Flood) — Brede verlichting, badkamers, keukens. Groter verlicht oppervlak per spot.
- 80°-120° (Very Wide Flood) — Basisverlichting, gangen, trappenhuizen. Maximale verspreiding.
Invloed van montagehoogte
De diameter van de lichtcirkel op het oppervlak neemt toe met de afstand. Bij een uitstralingshoek van 36° en een montagehoogte van 2,5 meter is de lichtcirkel circa 1,63 meter in diameter. Bij 3 meter hoogte wordt dit al 1,95 meter. Dit effect is belangrijk bij het plannen van de afstand tussen spots.
Uitstralingshoek vs. field angle
Naast de uitstralingshoek (beam angle) wordt soms ook de veldhoek (field angle) vermeld. De veldhoek is de hoek waarbinnen de lichtsterkte minimaal 10% is van het maximum. De veldhoek is altijd groter dan de uitstralingshoek en geeft aan in welk gebied er nog merkbaar licht valt.
Praktijkregels voor spotverlichting
- Accentverlichting: Gebruik smalle hoeken (15°-24°) en richt de spots onder een hoek van 30° vanaf het plafond op het object.
- Algemene verlichting: Gebruik brede hoeken (36°-60°) voor gelijkmatige verspreiding.
- Overlapping: behandel overlap als ontwerpaanname; de juiste waarde hangt af van armatuurdata en gewenste U₀.
- Afstand tot muur: wall washing vraagt een aparte proefopstelling of productadvies, niet alleen een vaste afstandsregel.
Lichtsterkte en verlichtingssterkte
De gemiddelde verlichtingssterkte (lux) in de lichtcirkel is afhankelijk van de lichtstroom (lumen) en het verlichte oppervlak. Een smalle bundel concentreert meer licht op een kleiner oppervlak, wat resulteert in hogere luxwaarden. Een spot van 800 lumen met een uitstralingshoek van 15° op 2,5 m hoogte kan recht onder de bundel veel hogere lux geven dan dezelfde lumenstroom met een brede hoek. De exacte waarde hangt af van fotometrie en randafval; gebruik dit daarom als indicatie.
Keuzetips
Bij het kiezen van de uitstralingshoek moet u rekening houden met:
- Het doel van de verlichting (accent vs. algemeen)
- De montagehoogte (hogere plafondhoogtes vereisen smallere hoeken voor accent)
- De gewenste gelijkmatigheid (brede hoeken voor uniforme verlichting)
- De afstand tussen de spots (kleinere afstanden bij bredere hoeken)