Kort antwoord

Gebruik deze calculator om het minimale LED-driver- of trafobereik te kiezen op basis van aantal lichtpunten, vermogen, inschakelstroomfactor en reserve. Controleer daarna 12V/24V-kabelverlies, dimprotocol en productdata.

Gebruik deze pagina voor

  • LED-driververmogen voor strips, spots of modules voorselecteren
  • constant voltage en constant current keuzes bespreekbaar maken
  • reservevermogen, inrush en dimcompatibiliteit vroeg controleren

Controleer vooral

  • werkelijk systeemvermogen per lichtpunt inclusief tolerantie
  • 12V/24V DC-kabellengte en spanningsverlies aan de uitgangszijde
  • SELV, IP-code, dimprotocol, warmte en fabrikantmaximum per groep

Voorbeeldinvoer

  • 12 LED-spots van 5 W met 20% reserve
  • 24V LED-strip met totaalvermogen uit productblad
  • controleer daarna 24V-kabeldoorsnede en dimmercompatibiliteit
1.3
20 %

Formule

P_trafo ≥ (n × P_lamp × F_inrush) × (1 + reserve%)

P_trafo = minimaal driververmogen (W) | n = aantal LED-bronnen | P_lamp = vermogen per bron (W) | F_inrush = inschakelstroomfactor (1,2-1,5) | reserve = 20%

Wat is een LED-driver of trafo?

Een LED-driver (ook wel LED-trafo of voeding) converteert de netspanning (230V AC) naar de juiste spanning en stroom voor LED-verlichting. De dimensionering volgt de formule P_trafo ≥ (n × P_lamp × F_inrush) × (1 + reserve%). Er zijn twee typen: Constant Voltage (CV, 12V of 24V DC voor LED-strips) en Constant Current (CC, vaste stroom zoals 350 mA voor professionele LED-modules). LED-drivers hebben een inschakelstroompiek van 20-60× de nominale stroom, wat het aantal drivers per automaat beperkt. Een reserve van 20% wordt aanbevolen om de levensduur te verlengen. Dimprotocollen variëren van DALI-2 (professioneel, digitaal) tot fase-afsnijding (woningbouw). De norm NEN-EN-IEC 61347 specificeert veiligheids- en prestatie-eisen. SELV-classificatie duidt op een gescheiden lage uitgangsspanning, mits product, montage en installatievoorwaarden kloppen.

De juiste LED-driver of trafo kiezen

  • Constant Voltage (CV) — Levert een vaste spanning (12V of 24V DC). Gebruikt voor LED-strips, inbouwspots met geïntegreerde stroomregeling en decoratieve verlichting. Lampen parallel geschakeld.
  • Constant Current (CC) — Levert een vaste stroom (bijv. 350 mA, 700 mA, 1.050 mA). Gebruikt voor professionele LED-modules, panelen en highbay-armaturen. LED-modules in serie geschakeld.

Dimprotocollen

Niet alle drivers ondersteunen dezelfde dimprotocollen:

  • DALI / DALI-2 — Professionele standaard, digitaal, 254 niveaus, bidirectioneel
  • 1-10V — Eenvoudig analoog protocol, 10-100% dimming
  • Fase-aansnit (Leading Edge) — Traditionele muur-dimmer, beperkt compatibel met LED
  • Fase-afsnit (Trailing Edge) — Beter geschikt voor LED, zachter dimmen
  • Bluetooth / Casambi — Draadloos, geen extra bedrading nodig

Inschakelstroom (Inrush Current)

LED-drivers hebben een hoge inschakelstroom die typisch 20-60× de nominale stroom bedraagt gedurende enkele milliseconden. Dit kan automaten doen uitschakelen. Bij het dimensioneren:

  • Gebruik een inschakelstroomfactor van 1,2 tot 1,5
  • Controleer het aantal drivers per 16A automaat (fabrikant vermeldt het max. aantal)
  • Gebruik C-automaten bij veel LED-drivers op één groep

Reservevermogen

Een reserve van 20% wordt aanbevolen om de levensduur van de driver te verlengen (koeler = langer), toleranties op te vangen en toekomstige uitbreidingen mogelijk te maken.

Standaard trafovermogens

Beschikbare standaardwaarden: 30W, 50W, 60W, 75W, 100W, 150W, 200W, 250W, 300W, 350W, 400W, 500W, 600W. Kies altijd de eerste standaardwaarde die groter is dan het berekende benodigd vermogen.

IP-beschermingsgraad

  • IP20 — Droog, binnen (in verlaagd plafond, schakelkast)
  • IP44 — Spatwaterdicht (badkamer zone 2+)
  • IP67 — Waterdicht (buiten, grondspots, terrasverlichting)

Veelgestelde Vragen

Mag ik een LED-trafo tot precies 100% belasten?
Nee. Houd meestal reserve aan, bijvoorbeeld 20%, zodat de driver koeler blijft en toleranties, inschakelgedrag en kleine uitbreidingen worden opgevangen. Controleer altijd de fabrikantgegevens voor de concrete driver.
Wanneer is fase-afsnijding dimmen logisch ten opzichte van 1-10V?
Fase-afsnijding wordt vooral gekozen wanneer u bestaande 230V-bekabeling en wanddimmers wilt blijven gebruiken. 1-10V vraagt aparte stuurdraad, maar is in projectverlichting vaak beter voorspelbaar en beter te documenteren.
Wat is het verschil tussen Constant Current (CC) en Constant Voltage (CV)?
Constant Voltage levert een vaste uitgangsspanning, meestal 12V of 24V DC, en past bij LED-strips of modules met eigen stroombegrenzing. Constant Current levert een vaste stroom, bijvoorbeeld 350 mA of 700 mA, en past bij LED-modules die in serie worden aangestuurd.
Is SELV automatisch veilig genoeg?
SELV beperkt het risico aan de laagspanningszijde, maar alleen wanneer driver, scheiding, montage, kabelinvoer en primaire 230V-aansluiting correct zijn uitgevoerd. Gebruik SELV dus niet als vervanging voor installatiecontrole.
Waarom zoemt een LED-driver of dimmer soms?
Zoemen ontstaat vaak door combinatie van driver, dimmer, belasting en dimstand. Controleer of driver en dimmer expliciet compatibel zijn, of het minimumvermogen wordt gehaald en of het gekozen protocol bij het project past.

Verder binnen dit onderwerp

Verlichtingskwaliteit, kleur en drivers

CRI en kleurweergave

Voor projecten

Projectactie binnen dit onderwerp

Gebruik de matrix om verder te rekenen, te controleren of een projectvraag voor te leggen.

Download projectchecklistGebruik Ra naast R9, toepassing en productdata.Controleer uw projectuitgangspuntenRa, R9 en kleurbeoordeling in projectcontext.