ATEX Zones Verlichting — Ex-beschermd Armaturen & Zoneklassen
ATEX Richtlijn 2014/34/EUATEX-zoneclassificatie, temperatuurklassen en armatuurvereisten voor explosiegevaarlijke omgevingen conform ATEX 2014/34/EU en NEN-EN-IEC 60079.
Referentie: ATEX Richtlijn 2014/34/EU, NEN-EN-IEC 60079-reeks, NPR 7910-1/-2, PGS 15:2024
ATEX-zones voor verlichtingsinstallaties
In omgevingen waar explosieve gasmengsels, dampen of stofwolken kunnen voorkomen, moeten verlichtingsarmaturen voldoen aan de ATEX-richtlijn 2014/34/EU (Atmosphères Explosibles). In Nederland wordt de zoneclassificatie bepaald op basis van de NPR 7910-1 (gas/damp) en NPR 7910-2 (stof), die als Nederlandse praktijkrichtlijn dienen bij het opstellen van het gebiedsclassificatiedocument (GCD). De armaturen moeten gecertificeerd zijn conform de NEN-EN-IEC 60079-reeks.
De ATEX-richtlijn onderscheidt twee categorieën explosiegevaar: gas/damp (Groep II, categorie G) en stof (Groep II, categorie D). Voor mijnbouw geldt Groep I (niet behandeld in deze normtabel).
Gas- en dampzones (NPR 7910-1)
| Zone | Explosief mengsel aanwezig | Frequentie/duur | Apparatuurcategorie | Beschermingsniveau (EPL) |
|---|---|---|---|---|
| Zone 0 | Continu of langdurig | > 1000 uur/jaar | Categorie 1G | Ga (zeer hoog) |
| Zone 1 | Waarschijnlijk bij normaal bedrijf | 10–1000 uur/jaar | Categorie 2G | Gb (hoog) |
| Zone 2 | Niet waarschijnlijk, alleen bij storing | < 10 uur/jaar | Categorie 3G | Gc (verhoogd) |
Stofzones (NPR 7910-2)
| Zone | Stofwolk/stoflaag aanwezig | Frequentie/duur | Apparatuurcategorie | Beschermingsniveau (EPL) |
|---|---|---|---|---|
| Zone 20 | Continu of langdurig | > 1000 uur/jaar | Categorie 1D | Da (zeer hoog) |
| Zone 21 | Waarschijnlijk bij normaal bedrijf | 10–1000 uur/jaar | Categorie 2D | Db (hoog) |
| Zone 22 | Niet waarschijnlijk | < 10 uur/jaar | Categorie 3D | Dc (verhoogd) |
Beschermingswijzen voor verlichtingsarmaturen
Elk ATEX-armatuur is gecertificeerd volgens één of meer beschermingswijzen conform de NEN-EN-IEC 60079-reeks. De beschermingswijze bepaalt hoe het armatuur voorkomt dat een interne vonk of hitte het omringende explosieve mengsel kan ontsteken.
| Code | Beschermingswijze | Norm | Geschikt voor | Toepassing verlichting |
|---|---|---|---|---|
| Ex d | Vlamvaste omhulling (flameproof) | IEC 60079-1 | Zone 1, 2 | Klassieke TL/LED armaturen in raffinaderijen |
| Ex e | Verhoogde veiligheid (increased safety) | IEC 60079-7 | Zone 1, 2 | LED-armaturen; geen vonkgevende onderdelen |
| Ex p | Overdruk (pressurized) | IEC 60079-2 | Zone 1, 2 | Grote armaturen in chemische installaties |
| Ex n | Vonkvrij (non-sparking) | IEC 60079-15 | Alleen Zone 2 | Kosteneffectieve LED in laag-risicogebieden |
| Ex ia / ib | Intrinsiek veilig | IEC 60079-11 | Zone 0, 1, 2 (ia) / Zone 1, 2 (ib) | Noodverlichting, handlampen |
| Ex t | Bescherming door omhulling (stof) | IEC 60079-31 | Zone 20, 21, 22 | Stofbestendige LED-armaturen in silo's |
| Ex m | Inkapseling (moulding) | IEC 60079-18 | Zone 1, 2 | LED-modules ingegoten in hars |
Temperatuurklassen (gas/damp)
Het ATEX-armatuur mag in geen enkel bedrijfsgeval (inclusief storing) een oppervlaktetemperatuur bereiken die hoger is dan de ontstekingstemperatuur van het aanwezige gas of de damp. De temperatuurklasse op het armatuur moet daarom lager zijn dan de ontstekingstemperatuur van het medium.
| Temperatuurklasse | Max. oppervlaktetemperatuur | Voorbeelden gas/damp |
|---|---|---|
| T1 | 450 °C | Waterstof (560 °C), methaan (595 °C), koolmonoxide (605 °C) |
| T2 | 300 °C | Ethanol (425 °C), aceton (535 °C), butaan (365 °C) |
| T3 | 200 °C | Benzine (280 °C), diesel (220 °C), hexaan (233 °C) |
| T4 | 135 °C | Acetyldehyde (175 °C), diethylether (160 °C) |
| T5 | 100 °C | Zelden; specifieke chemische processen |
| T6 | 85 °C | Koolwaterstofdisulfide (CS₂, ontstekingstemperatuur 95 °C) |
Selectieregel: Kies altijd een armatuur waarvan de temperatuurklasse lager is dan de ontstekingstemperatuur van het medium. Voorbeeld: bij benzinedamp (ontstekingstemperatuur 280 °C) is minimaal T3 (max. 200 °C) vereist.
Minimale IP-bescherming per zone
| Zone | Type gevaar | Minimale IP-graad | Toelichting |
|---|---|---|---|
| Zone 0 | Gas/damp | IP66 | Volledige stofdichtheid en bescherming tegen krachtige waterstralen |
| Zone 1 | Gas/damp | IP54 | Bescherming tegen spatwater en stof |
| Zone 2 | Gas/damp | IP44 | Minimale bescherming; vaak IP54+ in de praktijk |
| Zone 20 | Stof | IP6X | Volledig stofdicht (eerste cijfer 6) verplicht |
| Zone 21 | Stof | IP6X (min. IP65) | Stofdicht + bescherming tegen waterstralen |
| Zone 22 | Stof | IP5X (min. IP54) | Stofbeschermd; IP65 aanbevolen in de praktijk |
ATEX-markering lezen — Voorbeeld typeplaatje
Een compleet ATEX-typeplaatje op een verlichtingsarmatuur bevat de volgende informatie:
| Onderdeel markering | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| CE-keurmerk + NB-nummer | CE 0080 | Notified Body (bijv. DEKRA, TÜV) die certificering uitvoerde |
| Ex-teken | ⟨Ex⟩ | Armatuur voldoet aan de ATEX-richtlijn |
| Apparaatgroep en categorie | II 2G | Groep II (niet-mijnbouw), categorie 2, gas |
| Beschermingswijze | Ex de IIC | Vlamvast (d) + verhoogde veiligheid (e), gasgroep IIC |
| Temperatuurklasse | T4 | Max. oppervlaktetemperatuur 135 °C |
| IP-code | IP66 | Stofdicht, beschermd tegen krachtige waterstralen |
| Omgevingstemperatuur | Tamb -20 °C tot +55 °C | Toelaatbaar bedrijfstemperatuurbereik |
Veel voorkomende ATEX-omgevingen in Nederland
| Bedrijfstype | Typische zone | Medium | Aanbevolen armatuur |
|---|---|---|---|
| Aardgasbehandelingsstation (NAM) | Zone 1/2 | Aardgas (methaan) | Ex de IIA T1, IP66, IK08 |
| Raffinaderij (Shell, BP Europoort) | Zone 1/2 | Benzine, nafta | Ex de IIA T3, IP66, IK08 |
| Spuitcabine (autoschadeherstel) | Zone 1 (tijdens spuiten), Zone 2 (daarbuiten) | Oplosmiddeldampen | Ex de IIB T3, IP54 |
| Graansilo / veevoederfabriek | Zone 21/22 | Graanstof, meel | Ex t IIIB T125 °C, IP65 |
| Houtbewerkingsbedrijf | Zone 22 | Houtstof | Ex t IIIA T200 °C, IP54 |
| Biogasinstallatie (agrarisch) | Zone 1/2 | Methaan, H₂S | Ex de IIA T1, IP66 |
| Waterstoftankstation | Zone 1/2 | Waterstof | Ex de IIC T1, IP66 (hoogste gasgroep IIC vereist) |
| Chemische opslag (ADR-loods) | Zone 2 | Diverse | Ex n IIC T3, IP54 (kosteneffectief voor Zone 2) |
Praktische tips voor ATEX-installaties
Gebiedsclassificatiedocument (GCD): Voorafgaand aan elke ATEX-installatie moet een Gevarenzone-indeling (GCD) worden opgesteld conform NPR 7910. De juridische grondslag hiervoor ligt in ATEX Richtlijn 2014/34/EU, artikel 13 (verplichting tot risico-evaluatie voor apparatuur in explosiegevaarlijke atmosferen) en in de Nederlandse praktijk de PGS 15:2024 (Publicatiestandaard Gevaarlijke Stoffen, voor opslag van gevaarlijke stoffen). Het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) is van toepassing op de arbeidsbescherming van werknemers, maar de zone-indeling zelf is een product- en installatietechnische verplichting. De installateur mag géén armaturen plaatsen zonder dit document.
LED vs. conventioneel: Moderne LED ATEX-armaturen bieden significante voordelen: lagere oppervlaktetemperatuur (gemakkelijker T4/T5 te halen), langere levensduur (minder onderhoudsbeurten in moeilijk bereikbare zones), en lager energieverbruik. Bij nieuwe projecten worden halogeen/TL ATEX-armaturen vrijwel niet meer gespecificeerd.
Onderhoud en inspectie: Conform NEN-EN-IEC 60079-17 is periodieke inspectie van ATEX-installaties verplicht. De frequentie hangt af van de zone:
| Inspectie-type | Zone 0/20 | Zone 1/21 | Zone 2/22 |
|---|---|---|---|
| Visuele controle | Dagelijks tot wekelijks | Wekelijks tot maandelijks | Maandelijks tot jaarlijks |
| Nauwkeurige inspectie | Jaarlijks | Jaarlijks tot 3-jaarlijks | 3-jaarlijks |
| Gedetailleerde inspectie | 3-jaarlijks | 3-jaarlijks tot 6-jaarlijks | 6-jaarlijks |
Waarschuwing bij onderhoud: Vervang nooit componenten (wartels, drivers, dichtingen, kabelverschroevingen) in een ATEX-armatuur door standaard onderdelen. Hiermee vervalt het ATEX-certificaat direct. Gebruik uitsluitend door de fabrikant goedgekeurde reserveonderdelen en laat onderhoud uitvoeren door CompEx- of ATEX-gecertificeerde personen (conform NEN-EN-IEC 60079-17, §4.3).
Stofophoping: In stofzones (Zone 21/22) kan stof dat zich ophoopt op een armatuur als thermische isolatie werken, waardoor de oppervlaktetemperatuur stijgt en het explosiegevaar toeneemt. Het Arbobesluit (artikel 3.6) schrijft voor dat de werkgever arbeidsmiddelen veilig houdt en maatregelen neemt om gevaar te voorkomen; specifiek voor stofzones is dit een arbeidshygiënische verplichting. Plan regelmatige reiniging van armaturen in stofrijke omgevingen als onderdeel van het onderhoudsplan conform NEN-EN-IEC 60079-17. De verantwoordelijkheid voor de veilige werking van ATEX-apparatuur ligt bij de werkgever en bij de gecertificeerde installateur conform het Arbobesluit.
Toelichting begrippen
EPL (Equipment Protection Level) = het beschermingsniveau van het apparaat, aangeduid als Ga/Gb/Gc (gas) of Da/Db/Dc (stof). Hoe hoger het niveau (a), hoe meer onafhankelijke beveiligingslagen het apparaat heeft.
Gasgroep IIA/IIB/IIC = classificatie op basis van de gevoeligheid van het gas voor ontsteking. IIC (bijv. waterstof, acetyleen) is het meest explosief en vereist de zwaarste beschermingswijze. IIA (bijv. methaan, propaan) is het minst gevoelig.
CompEx-certificering = internationale certificering voor personeel dat werkt aan elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen. In Nederland wordt dit erkend als bewijs van vakbekwaamheid conform het Arbobesluit.
Voor projecten
Gebruik deze tabel in uw project
Download de tabel, controleer de uitgangspunten en leg bij twijfel de projectsituatie voor.