Groepenverdeling voor verlichtingsinstallaties

Een correcte groepenverdeling is de basis van elke veilige verlichtingsinstallatie. NEN 1010:2020+C1:2024 vormt de actuele basis voor de elektrische installatie. Bij uitval van één groep (door een storing, kortsluiting of het afschakelen van een automaat) niet de volledige verlichting in een ruimte mag uitvallen. In de praktijk wordt daarom vaak met kruislings verdelen gewerkt. Voor noodverlichting blijft de beoordeling apart: eerst de Bbl- en Arbo-context, daarna de technische uitwerking met NEN-EN 1838:2025 en beheer volgens NEN-EN 50172:2024.

Ontwerpregels per gebouwtype — NEN 1010

De onderstaande tabel geeft de in de Nederlandse installatiepraktijk gehanteerde richtlijnen per gebouwtype. De waarden zijn afgeleid van NEN 1010:2020, §5.2 (selectie en installatie van elektrisch materieel) en de NPR 5310 (praktijkrichtlijn).

GebouwtypeMax. lichtpunten per groepMax. vermogen per groepMin. groepen per ruimteBijzonderheden
Woning82300 W (10 A × 230 V)1 (aanbevolen: 2)Houd licht- en WCD-groepen overzichtelijk gescheiden voor beheer en uitbreidbaarheid
Kantoor (open plan)10–122300 W (10 A)2Kruislingse verdeling over bureaurijen; DALI-groepen komen bovenop
Kantoor (cellenstructuur)8–102300 W (10 A)1 per cel + ganggroepGangen op aparte groep i.v.m. permanente verlichting
School / klaslokaal102300 W (10 A)2Apart groep per klaslokaal; schakeling bij digitaal schoolbord apart
Winkel10–123680 W (16 A)2Etalageverlichting op eigen groep; accentverlichting gescheiden
Industrie / hal12–163680 W (16 A)3 (kruislings)Gescheiden reguliere en noodverlichting; lichtlijnen alternerend
Zorginstelling82300 W (10 A)2Nachtverlichting op eigen groep; noodverlichting apart beoordelen in veiligheidsdossier
Parkeergarage123680 W (16 A)2 (kruislings)Kruislingse verdeling ondersteunt oriëntatie bij groepsuitval; toets de veiligheidslaag apart
Serverruimte6–82300 W (10 A)2UPS-groep apart; noodverlichting op noodstroom

Kruislingse verdeling — schaakbordprincipe

Het schaakbordprincipe (NEN 1010:2020, §3.1.3) houdt in dat armaturen in een ruimte alternerend op groep A en groep B worden aangesloten, zodat bij uitval van één groep de overgebleven armaturen nog steeds een aanvaardbaar verlichtingsniveau bieden — in de praktijk minimaal 50% van de ontwerp­verlichtings­sterkte.

RuimtetypeVerdelingResultaat bij uitval 1 groep
Open kantoor (bijv. 20 armaturen)Even nummers groep A, oneven groep B≥ 50% verlichtingssterkte, gelijkmatig verspreid
Industriehal met lichtlijnenLichtlijn 1, 3, 5 op groep A; lijn 2, 4, 6 op groep BElke tweede lichtlijn blijft branden
Gang (lange gang, enkel-rij armaturen)Armatuur 1 groep A, armatuur 2 groep B, enz.Gelijkmatig restlicht over de gehele gang
ParkeergaragePer parkeervak-sectie alternerendOveral voldoende oriëntatie­verlichting

Noodverlichting — aparte groepenverdeling

Nood- en vluchtrouteverlichting moet niet als gewone lichtgroep worden behandeld. Bepaal eerst of de ruimte of route onder Bbl, Arbobesluit of beide valt. Werk daarna voeding, failover, armatuurkeuze, verificatie en beheer uit met de actuele normset en het projectdossier. De groepenverdeling van noodverlichting kent dus een eigen beoordeling:

EisNormToelichting
Failover bij uitval reguliere verlichtingBbl / Arbobesluit / projectdossierVoorkom dat een storing in reguliere verlichting de vlucht- of werkveiligheid ondermijnt
Markering in verdeelkastNEN 1010-contextMaak noodverlichting en noodvoeding duidelijk herkenbaar voor beheer en onderhoud
Bekabeling en voedingsconceptNEN 1010 / productspecificatie / projectdossierBeoordeel centraal, decentraal, brandwerend of gescheiden per projectsituatie
Autonomie en omschakelingBbl-minimum en NEN-EN 1838:2025Leg wettelijke minimumlaag en eventuele langere projectwaarde apart vast
Beheer en logboekNEN-EN 50172:2024Maak testen, storingen, herstel en vrijgave traceerbaar

Zie ook: NEN-EN 1838 Noodverlichting en Vluchtrouteverlichting Eisen.

Verdeelkast-indeling voor verlichtingsgroepen

NEN 1010:2020, §5.3 beschrijft de eisen aan de groepenverdeelkast. Voor verlichtingsinstallaties gelden in de Nederlandse praktijk de volgende richtlijnen:

OnderdeelEis / AanbevelingNormreferentie
HoofdschakelaarVerplicht in elk verdeelpaneel; 4-polig bij 3-fasennetNEN 1010:2020, §5.3.1
Aardlekschakelaar (30 mA)Verplicht voor alle groepen ≤ 32 A in nieuwbouwNEN 1010:2020, §4.1.1.3
Automaat per verlichtingsgroepB- of C-karakteristiek; zie ZekeringkeuzeNEN 1010:2020, §4.3
Markering noodverlichtingRode kleur + opschrift op de automaatNEN 1010:2020, §5.1.4
ReserveruimteMin. 20% reservegroepen voor toekomstige uitbreidingNPR 5310 (aanbeveling)
FaseverdelingGelijkmatige verdeling over L1, L2, L3NEN 1010:2020, §5.2.3

Specifieke eisen per installatietype

Naast de standaard groepenverdeling gelden voor bepaalde installaties aanvullende eisen:

InstallatietypeAanvullende eisNormreferentie
DALI-gestuurde verlichtingDALI-bus op aparte voeding; max. 64 adressen per DALI-lijnIEC 62386
Buitenverlichting (IP65+)Eigen groep met 30 mA ALS; aardpen bij metalen mastenNEN 1010:2020, §7.714
Evacuatieverlichting gebouwenAfzonderlijk beoordelen ten opzichte van reguliere verlichtingBbl / NEN-EN 1838:2025 / NEN-EN 50172:2024
Parkeergarage (ondergronds)Min. 2 groepen kruislings; min. 25 lux bij uitval 1 groepNEN 2443:2013, §7.3
Ziekenhuizen / zorginstellingenVerlichting op noodstroomvoorziening (< 15 s omschakeltijd)NEN 1010:2020, §7.710
Explosiegevaarlijke ruimten (ATEX)Aparte groep met Ex-certificering; gescheiden van regulierNEN-EN-IEC 60079-14

Berekening maximaal aantal armaturen per groep

Het maximaal aantal LED-armaturen per verlichtingsgroep hangt af van het vermogen per armatuur, de zekering en een veiligheidsmarge. In de Nederlandse praktijk wordt de groep tot maximaal 80% van de nominale capaciteit belast (NEN 1010:2020, §4.3 — ontwerpstroom Ib ≤ 0,8 × In):

ZekeringKabel (mm²)Max. belasting (80%)LED 36 WLED 50 WLED 100 W
10 A B-automaat1,51840 W51 stuks36 stuks18 stuks
16 A B-automaat1,5 / 2,52944 W81 stuks58 stuks29 stuks
16 A C-automaat2,52944 W81 stuks58 stuks29 stuks
20 A B-automaat2,5 / 4,03680 W102 stuks73 stuks36 stuks

Let op: bovenstaande aantallen gelden bij steady-state vermogen. Bij LED-armaturen met hoge inschakelstroom (inrush current) moet het werkelijke aantal lager liggen om ongewenst afschakelen te voorkomen. Raadpleeg de Zekeringkeuze Verlichting voor aanbevelingen over automaatkarakteristieken (B vs. C).

Documentatie-eisen groepenverdeling

Conform NEN 1010:2020, §6.1 moet de installateur bij oplevering een volledig groepenverdeelschema verstrekken. De documentatie moet minimaal bevatten:

OnderdeelBeschrijvingVereist door
ÉnlijnschemaAlle groepen, aardlekschakelaars en automaten ingetekendNEN 1010:2020, §6.1
GroepenlijstPer groep: nummer, benaming, zekering, kabel, ruimteNEN 1010:2020, §6.1
Plattegrond met groepaanduidingPer armatuur aangegeven op welke groep deze is aangeslotenNEN 1010:2020, §6.1
MeetrapportIsolatieweerstand, lus­impedantie, aardlekschakelaartestNEN 1010:2020, §6.1.3
NoodverlichtingsoverzichtAparte tekening met noodarmaturen, type, voedingsconcept, autonomie en beheerstatusNEN-EN 1838:2025 / NEN-EN 50172:2024

Praktische tips voor installateurs

Schaakbordpatroon toepassen: Verdeel armaturen altijd kruislings over minimaal twee groepen. Als groep A uitvalt, brandt groep B nog steeds boven de 50% van de werkplekken. Dit is niet alleen een veiligheidseis uit NEN 1010, maar ook een comforteis: medewerkers kunnen bij groepsuitval gewoon doorwerken.

Reservecapaciteit plannen: Houd bij het ontwerp altijd minimaal 20% reservecapaciteit aan per groep én reservegroepen in de verdeelkast. LED-verlichting heeft weliswaar een lager vermogen dan conventionele verlichting, maar bij een toekomstige renovatie kan het aantal armaturen toenemen.

Inschakelstroom coördineren: Bij grote kantoor- of industrieprojecten met meer dan 20 LED-armaturen per groep is het verstandig om de inschakelstroom (inrush current) te coördineren met de automaatkeuze. Gebruik daarvoor de zekeringtabel en overweeg een C-automaat of inrush current limiter.

Faseverdeling bij 3-fasennet: Verdeel verlichtingsgroepen gelijkmatig over de drie fasen (L1, L2, L3) om scheefbelasting te voorkomen. Dit is vooral belangrijk bij grotere installaties waar een asymmetrische belasting kan leiden tot nulleideroverbelasting.

Gebruik de Kabeldoorsnedeberekening en de Spanningsvalberekening om per groep de juiste kabeldoorsnede en maximale leidinglengte te bepalen.

Voor projecten

Gebruik deze tabel in uw project

Download de tabel, controleer de uitgangspunten en leg bij twijfel de projectsituatie voor.

Bespreek uw projectGebruik dit voor projectscope, aantallen, planning en documentatievragen.