Wat is de uitstralingshoek?
De uitstralingshoek (beam angle) van een lichtbron bepaalt hoe breed het licht wordt verspreid. Het is de hoek waarbinnen de lichtsterkte minimaal 50% is van het maximum in het centrum van de bundel. De formule voor de lichtcirkeldiameter is D = 2 × h × tan(α/2), waarbij h de afstand tot het oppervlak is en α de uitstralingshoek. Smalle hoeken (10-24°) worden gebruikt voor accentverlichting in musea en winkels, middelgrote hoeken (30-60°) voor algemene spotverlichting, en brede hoeken (80-120°) voor basisverlichting. Een 36°-spot op 2,5 meter hoogte creëert een lichtcirkel van circa 1,63 meter diameter. Dezelfde spot met 60° geeft circa 2,89 meter, maar met aanzienlijk lagere luxwaarden. De keuze hangt af van de toepassing, montagehoogte en gewenste gelijkmatigheid.
Uitstralingshoek begrijpen en berekenen
- 10°-15° (Very Narrow Spot) — Accentverlichting, musea, winkeletalages. Zeer gerichte bundel voor het uitlichten van objecten.
- 20°-25° (Narrow Spot / Spot) — Schilderijverlichting, productpresentatie. Duidelijk zichtbare lichtspot op het oppervlak.
- 30°-40° (Flood) — Algemene spotverlichting, woonkamers. Goede balans tussen gericht en verspreid licht.
- 50°-70° (Wide Flood) — Brede verlichting, badkamers, keukens. Groter verlicht oppervlak per spot.
- 80°-120° (Very Wide Flood) — Basisverlichting, gangen, trappenhuizen. Maximale verspreiding.
Invloed van montagehoogte
De diameter van de lichtcirkel op het oppervlak neemt toe met de afstand. Bij een uitstralingshoek van 36° en een montagehoogte van 2,5 meter is de lichtcirkel circa 1,63 meter in diameter. Bij 3 meter hoogte wordt dit al 1,95 meter. Dit effect is belangrijk bij het plannen van de afstand tussen spots.
Uitstralingshoek vs. field angle
Naast de uitstralingshoek (beam angle) wordt soms ook de veldhoek (field angle) vermeld. De veldhoek is de hoek waarbinnen de lichtsterkte minimaal 10% is van het maximum. De veldhoek is altijd groter dan de uitstralingshoek en geeft aan in welk gebied er nog merkbaar licht valt.
Praktijkregels voor spotverlichting
- Accentverlichting: Gebruik smalle hoeken (15°-24°) en richt de spots onder een hoek van 30° vanaf het plafond op het object.
- Algemene verlichting: Gebruik brede hoeken (36°-60°) voor gelijkmatige verspreiding.
- Overlapping: Voor een gelijkmatigere verlichting moeten de lichtcirkels van aangrenzende spots ~30% overlappen.
- Afstand tot muur: Spots voor wandverlichting (wall washing) monteer je op een afstand van 1/3 van de plafondhoogte tot de muur.
Lichtsterkte en verlichtingssterkte
De gemiddelde verlichtingssterkte (lux) in de lichtcirkel is afhankelijk van de lichtstroom (lumen) en het verlichte oppervlak. Een smalle bundel concentreert meer licht op een kleiner oppervlak, wat resulteert in hogere luxwaarden. Een spot van 800 lumen met een uitstralingshoek van 15° op 2,5 m hoogte levert circa 2.300 lux op het oppervlak, terwijl dezelfde spot met 60° slechts circa 150 lux oplevert.
Keuzetips
Bij het kiezen van de uitstralingshoek moet u rekening houden met:
- Het doel van de verlichting (accent vs. algemeen)
- De montagehoogte (hogere plafondhoogtes vereisen smallere hoeken voor accent)
- De gewenste gelijkmatigheid (brede hoeken voor uniforme verlichting)
- De afstand tussen de spots (kleinere afstanden bij bredere hoeken)