Veelgestelde Vragen over Noodverlichting
Veelgestelde vragen over noodverlichting in 2026: Bbl-art. 3.101, Arbobesluit art. 3.9, NEN-EN 1838:2025 en NEN-EN 50172:2024.
Wanneer is noodverlichting wettelijk verplicht?
Een controleerbare juridische basis staat in het Bbl art. 3.101. Daaruit volgt dat noodverlichting onder meer vereist is in:
- een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen;
- een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert;
- een trappenhuis;
- een niet-besloten veiligheidsvluchtroute;
- een ondergrondse ruimte.
Daarnaast bepaalt Arbobesluit art. 3.9 dat er voldoende noodverlichting moet zijn op plaatsen waar werknemers gevaar lopen als de kunstverlichting uitvalt.
Hoeveel noodverlichting moet je plaatsen?
De wet schrijft geen vast aantal armaturen per vierkante meter voor. Het aantal hangt af van de route, de geometrie van de ruimte, de lichtverdeling van het armatuur en het gekozen systeem.
Controleerbaar is wel dat het Bbl voor de aangewezen situaties uitgaat van minimaal 1 lux op vloerniveau, binnen 15 seconden na uitval van de voeding en gedurende minimaal 60 minuten.
Voor de definitieve armatuurplaatsing en fotometrische controle moet het ontwerp worden getoetst aan de actuele technische standaard NEN-EN 1838:2025.
Hoe zit het in 2026 met testen en logboek?
De actuele onderhouds- en logboekstandaard is NEN-EN 50172:2024. Die vervangt oude verwijzingen naar 2004 als actuele basis.
Voor een controleerbaar dossier hoort u in elk geval vast te leggen:
- welke installatie of armaturen zijn getest;
- wanneer de test is uitgevoerd;
- wat het resultaat was;
- welke storingen of herstelacties zijn geconstateerd;
- wanneer de installatie weer volledig inzetbaar was.
De exacte testintervallen en procedures moeten uit de actuele norm, de onderhoudsinstructie van het systeem en het projectdossier worden overgenomen, niet uit verouderde samenvattingen.
Wat is het verschil tussen vluchtrouteverlichting en open-ruimte-noodverlichting?
De techniekstandaard NEN-EN 1838:2025 maakt onderscheid tussen verschillende typen noodverlichting, zoals vluchtrouteverlichting en verlichting voor open ruimten of risicogebieden.
De wettelijke minimumlaag die controleerbaar is, komt uit het Bbl: in de daar genoemde ruimten moet op vloerniveau minimaal 1 lux beschikbaar zijn binnen 15 seconden en voor ten minste 60 minuten.
Voor het precieze verschil in meetvlak, geometrie en fotometrische beoordeling moet u de actuele normtekst of een gevalideerde lichtberekening gebruiken.
Welke standaard is in 2026 actueel voor noodverlichting?
Volgens de openbare catalogus van NEN is NEN-EN 1838:2025 de actuele standaard voor de lichttechnische prestaties van noodverlichting.
Voor beheer, onderhoud en logboekvoering is NEN-EN 50172:2024 de actuele standaard. Een pagina of bestek dat nog uitgaat van NEN 1838:2013, NEN 1838:2019 of NEN-EN 50172:2004 gebruikt dus niet de actuele publieke versieaanduiding.
Hoe lang moet noodverlichting blijven branden?
Voor de in het Bbl art. 3.101 genoemde situaties is het controleerbare minimum: minimaal 60 minuten bedrijfstijd.
Als in een project een langere autonomie wordt gevraagd, moet die eis terug te voeren zijn op het projectdossier, de brandveiligheidsuitgangspunten, de gebruiksfunctie of de gekozen technische normering. Gebruik dus niet automatisch een generieke 3-uursclaim zonder projectspecifieke bron.
Wat is controleerbaar de minimale verlichtingssterkte?
Controleerbaar via het Bbl is het volgende minimum voor de aangewezen ruimten:
- minimaal 1 lux op vloerniveau;
- beschikbaar binnen 15 seconden na uitval van de normale voorziening;
- gedurende minimaal 60 minuten.
Meer gedetailleerde fotometrische eisen horen bij de actuele normtekst van NEN-EN 1838:2025 en moeten niet uit oude samenvattingen worden overgenomen zonder broncontrole.
Wie mag noodverlichting installeren en beheren?
De installatie en het beheer horen thuis bij een deskundige installateur of onderhoudspartij met kennis van de actuele elektrotechnische, bouwkundige en noodverlichtingsnormen.
De juridische eindverantwoordelijkheid blijft bij de partij die het gebouw of de arbeidsplaats exploiteert: meestal de gebouweigenaar, beheerder of werkgever, afhankelijk van de situatie.
Belangrijker dan een marketinglabel is dat het dossier klopt: actuele standaardverwijzingen, een navolgbaar ontwerp, een logboek en aantoonbaar herstel van storingen.
Meer over noodverlichting
Gebruik in 2026 geen oude versieaanduidingen meer. De controleerbare minimumlaag loopt via het Bbl, terwijl de actuele technische en beheerstandaarden volgens de openbare NEN-catalogus NEN-EN 1838:2025 en NEN-EN 50172:2024 zijn.
Start met de noodverlichting quick check, controleer de NEN-EN 1838 tabel en werk daarna door naar het projectdossier voor noodverlichting.