Stroboscopisch Effect
Waarneming van flikkerend licht door periodieke helderheidsschommelingen, met mogelijk hoofdpijn, oogvermoeidheid en epileptische reacties als gevolg.
Het stroboscopisch effect treedt op wanneer de lichtoutput van een lamp periodiek fluctueert. Dit kan veroorzaakt worden door:
- Magnetische voorschakelapparaten bij TL (50 Hz flikkering)
- Goedkope LED-drivers zonder voldoende afvlakking
- Fase-afsnijdingsdimmers bij incompatibele LED-lampen
Maten voor flikkering:
- Percentage Flicker (PF): Amplitude van de fluctuatie (lager = beter)
- Stroboscopic Visibility Measure (SVM): controleer de actuele project- en normcontext; vaak wordt SVM ≤ 1,0 als beoordelingsgrens gebruikt
Moderne LED-drivers met elektronische afvlakking elimineren het stroboscopisch effect vrijwel volledig. De NEN-EN 12464-1:2021 schrijft SVM ≤ 1,0 voor.
IEEE 1789: Deze richtlijn definieert aanvullende limieten voor flikkerfrequentie en modulatiediepte. Bij frequenties boven 100 Hz is tot 10% modulatie acceptabel; bij lagere frequenties moeten strengere limieten worden aangehouden.
Industriële veiligheid: In omgevingen met draaiende machines is het stroboscopisch effect extra gevaarlijk — een draaiend onderdeel kan stilstaand lijken bij synchronisatie met de flikkerfrequentie. Gebruik hier altijd drivers met < 5% Percentage Flicker of combineer meerdere fasen.