0.8
0.5

Formule

P = (E × A) / (η × MF × CU)

P = totaal benodigd vermogen (W) | E = vereiste verlichtingssterkte (lux) | A = vloeroppervlak (m²) | η = armatuur-efficiëntie (lm/W) | MF = onderhoudsfactor | CU = benuttingsfactor

Wat is LED-vermogen?

Het benodigde LED-vermogen schat hoeveel watt aan verlichtingsinstallatie nodig is voor een gekozen luxwaarde, oppervlak en armatuurefficiëntie. De formule is P = (E × A) / (η × MF × CU), waarbij E de ontwerpverlichtingssterkte is, A het vloeroppervlak, η de armatuurefficiëntie in lm/W, MF de onderhoudsfactor en CU de benuttingsfactor. Gebruik dit als eerste dimensionering; een NEN-EN 12464-1-beoordeling vraagt daarna ook gelijkmatigheid, UGR, kleurweergave, werkvlak en projectcontext.

Hoeveel watt LED heeft u nodig?

  • Kantoor (500 lux): 4-6 W/m² met LED • 10-14 W/m² met TL
  • School (300 lux): 3-5 W/m² met LED • 8-12 W/m² met TL
  • Winkel (300-500 lux): 5-10 W/m² met LED • 15-25 W/m² met halogeen
  • Magazijn (200 lux): 2-4 W/m² met LED highbay
  • Woonkamer (150-300 lux): 2-4 W/m² met LED

Watt, lumen en lux: de relatie

Wattage is geen maat voor licht maar voor energieverbruik. De juiste volgorde bij verlichtingsontwerp is:

  • Stap 1 — Bepaal de vereiste lux (NEN-EN 12464-1)
  • Stap 2 — Bereken de benodigde lumen: Φ = E × A / (CU × MF)
  • Stap 3 — Bereken het vermogen: P = Φ / η (armatuur lm/W)

Power Factor en netbelasting

LED-drivers verbruiken niet alleen werkelijk vermogen (watt) maar ook reactief vermogen. De power factor (PF) geeft aan welk deel van het schijnbare vermogen werkelijk is:

  • PF > 0,90 — vaak gewenst of vereist in productspecificaties voor zwaardere lichtbronnen
  • PF > 0,95 — bruikbaar aandachtspunt voor grote installaties
  • PF = 0,50-0,60 — Goedkope LED-lampen, belastend voor het elektriciteitsnet

Overdimensionering vermijden

Een veelgemaakte fout is overdimensionering: meer vermogen installeren dan noodzakelijk. Dit leidt tot hogere kosten, meer energieverbruik en soms tot visueel oncomfort. De onderhoudsfactor is bedoeld om toekomstig lichtverlies mee te nemen; extra marge moet daarom bewust worden onderbouwd.

LED vs. traditioneel: vermogensvergelijking

  • 100W gloeilamp → 10-12W LED (1.200-1.500 lumen)
  • 50W halogeen spot → 7-8W LED spot (500-600 lumen)
  • 36W TL-buis → 15-18W LED-buis (2.000-2.500 lumen)
  • 400W HPI/SON highbay → 150-200W LED highbay (20.000-30.000 lumen)

Veelgestelde Vragen

De calculator geeft 15,5 Watt. Kan ik dan een 16W lamp gebruiken?
De calculator geeft het totale benodigde systeemvermogen aan, niet het lamptype. U selecteert armaturen op basis van lumen-output en efficiëntie, niet op wattage. Een armatuur van 18W met 130 lm/W kan beter presteren dan een 15W-model met 90 lm/W. Kies altijd op lumen en energielabel, niet op wattage.
Hoe beïnvloeden reflectiegraden het benodigde LED-vermogen?
Donkere muren en vloeren absorberen meer licht, waardoor de benuttingsfactor daalt. Daardoor kan voor hetzelfde taakniveau meer armatuurlumen of een andere indeling nodig zijn. UGR, kleurweergave en gelijkmatigheid moeten naast het vermogen worden gecontroleerd.
Verlaagt DALI-besturing het benodigde vermogen?
DALI verlaagt niet het geïnstalleerde vermogen, maar kan het werkelijke verbruik verlagen via dimmen, daglichtregeling en aanwezigheidsdetectie. Voor BENG/NTA 8800 blijft de formele verwerking afhankelijk van de gekozen methode en projectinvoer.
Maakt een betere driver verschil in het totale vermogen?
Ja. Goedkope drivers hebben vaak een rendement van 80%, terwijl A-merk drivers (Philips Xitanium, Osram OTi) circa 93% bereiken. Bij grote installaties (>100 armaturen) scheelt dit meetbaar in het totale systeemvermogen en de warmtebelasting. De power factor (PF) is ook relevant: PF > 0,90 voorkomt extra netbelasting.
Zijn er EU-regels voor minimale LED-efficiëntie?
Ja. De EU Ecodesign-verordening stelt producteisen aan lichtbronnen en voorschakelapparaten. Gebruik voor de concrete lichtbron het EU-label en EPREL, en beoordeel armatuur- en projectprestatie daarna apart.