Lichtvervuiling
Ongewenst kunstlicht dat de nachtelijke omgeving verstoort, met negatieve effecten op ecosystemen, astronomie en de menselijke gezondheid.
Lichtvervuiling is de verspreiding van kunstlicht in de nachtelijke omgeving buiten het beoogde verlichtingsgebied. In Nederland is dit een groeiend probleem, vooral in dichtbebouwde gebieden en rondom natuurgebieden.
Vormen van lichtvervuiling:
- Strooilicht (light trespass): Licht dat op aangrenzende percelen of woningen valt
- Hemelverheffing (sky glow): Opwaarts gericht licht dat de nachtelijke hemel verlicht
- Verblinding (glare): Overmatig felle lichtbronnen in het gezichtsveld
NSVV Richtlijn Lichthinder — omgevingszones:
- E1 (donkere omgeving): Natuurgebieden, landelijk gebied — strengste eisen, ULOR = 0%
- E2 (weinig verlichte omgeving): Woongebied buitengebied — ULOR ≤ 5%
- E3 (matig verlichte omgeving): Stedelijk woongebied — ULOR ≤ 15%
- E4 (sterk verlichte omgeving): Stadscentrum, bedrijventerrein — ULOR ≤ 25%
Preventiemaatregelen:
- Gebruik armaturen met afgeschermde optiek (geen opwaarts licht, ULOR = 0%)
- Kies warm wit (≤ 3000K) voor buitenverlichting — minder verstoring van nachtdieren en insecten
- Pas dimming of uitschakeling toe buiten gebruiksuren
- Richt verlichting alleen op het te verlichten oppervlak (geen overbodige spreiding)
Nederlandse context: Provincies en gemeenten nemen lichthinder steeds vaker op in omgevingsplannen. De Atlas Leefomgeving van het RIVM brengt de nachtelijke lichtsituatie in kaart.