Lichttechniek

Uitstralingshoek

De hoek waarbinnen een lichtbron meer dan 50% van zijn maximale lichtsterkte uitzendt. Een smallere hoek geeft een geconcentreerdere bundel.

Eenheid: graden (°)

De uitstralingshoek (beam angle) bepaalt hoe breed of smal het licht wordt verspreid. Dit is cruciaal bij de keuze tussen accentverlichting (smal) en algemene verlichting (breed).

Classificatie:

  • < 20°: Smal — accentverlichting, vitrines, kunstwerken
  • 20°–40°: Middel — spots, etalages, toonbanken
  • 40°–60°: Breed — algemene verlichting, kantoren
  • > 60°: Zeer breed — gangen, plafondlampen, indirect licht

Beam angle vs. field angle: De beam angle is de hoek bij 50% van de maximale lichtsterkte (half-peak). De field angle is de hoek bij 10% — dit geeft de totale zichtbare lichtkegel aan. De field angle is altijd groter dan de beam angle, typisch 1,5–2× zo breed.

Berekening lichtcirkel: De diameter van de verlichte cirkel op een oppervlak hangt af van de uitstralingshoek en de afstand: D = 2 × h × tan(α/2), waarbij h de afstand en α de beam angle is.

  • GU10 spot (36°) op 2,5 m hoogte: cirkel Ø ≈ 1,6 m
  • Downlight (60°) op 2,8 m hoogte: cirkel Ø ≈ 3,2 m

Praktijktip: Voor een gelijkmatige algemene verlichting moet de afstand tussen armaturen (a) maximaal 1,0–1,5 × de montagehoogte (h) bedragen. Bij smalbundelspots is de maximale a/h-ratio kleiner.