Lichttechniek E

Verlichtingssterkte

Kort antwoord

Verlichtingssterkte is de hoeveelheid licht die op een oppervlak valt, uitgedrukt in lux. In projecten is niet alleen de luxwaarde belangrijk, maar ook het meetvlak, de onderhoudsfactor en de toepasselijke normlaag.

Gebruik deze pagina voor

  • luxwaarden, werkvlak en gemiddelde ruimteverlichting uit elkaar houden
  • lux-lumenomrekening koppelen aan echte projectvragen
  • bepalen wanneer een eenvoudige berekening niet meer voldoende is

Controleer vooral

  • de norm werkt met gehandhaafde waarden, niet alleen met initiële lux
  • UGR, gelijkmatigheid en kleurweergave blijven aparte beoordelingslagen
  • een luxdoel voor kantoor is iets anders dan voor noodverlichting of sport

De hoeveelheid licht die op een oppervlak valt, uitgedrukt in lux (lx). Eén lux is gelijk aan één lumen per vierkante meter.

Eenheid: lux (lx)

Formule: E = Φ / A (lumen / m²)

Verlichtingssterkte (E) is de meest gebruikte grootheid in de verlichtingstechniek. Het geeft aan hoeveel licht op een werkoppervlak valt en vormt de basis voor alle verlichtingsnormen in Nederland.

NEN-EN 12464-1:2021 specificeert minimale gehandhaafde verlichtingssterktes (Ēm) per ruimtetype en activiteit:

  • Kantoor (schrijfwerk, lezen): Ēm ≥ 500 lux
  • Vergaderruimte: Ēm ≥ 500 lux
  • Ontvangstruimte / receptie: Ēm ≥ 300 lux
  • Gang en verkeersruimte: Ēm ≥ 100 lux
  • Klaslokaal: Ēm ≥ 500 lux
  • Magazijn: Ēm ≥ 100–200 lux
  • Operatiekamer: Ēm ≥ 1.000 lux

Meetmethode: Verlichtingssterkte wordt gemeten met een luxmeter (belichtingsmeter) conform CIE S 010. Het meetvlak moet horizontaal op werkbladhoogte worden geplaatst (doorgaans 0,8 m boven de vloer, of 0,0 m voor vloerverlichting).

Gehandhaafde vs. initiële waarde: De norm schrijft de gehandhaafde verlichtingssterkte voor — dit is de waarde die gegarandeerd wordt gedurende de gehele levensduur van de installatie, na correctie met de onderhoudsfactor (MF). De initiële verlichtingssterkte is hoger: E_initieel = Ēm / MF.

Verschil met lichtstroom: Verlichtingssterkte meet het licht dat op een oppervlak valt (ontvangen licht), terwijl lichtstroom (lumen) de totale hoeveelheid licht meet die een lamp uitzendt.