DALI-2 versus 1-10V in 2026: digitale bus of analoge dimkring?
| Eigenschap | DALI-2 | 1-10V |
|---|---|---|
| Systeemlaag | Digitaal bussysteem onder IEC 62386 met voorschakelapparaten en besturingsapparaten | Analoge dimingang op het stuurapparaat, geen volledig bussysteem |
| Adressering | Per DALI-subnet 64 adressen voor voorschakelapparaten en 64 adressen voor besturingsapparaten | Geen adreslaag; apparaten op dezelfde stuurkring volgen dezelfde analoge sturing |
| Groepen en scènes | 16 groepen voor voorschakelapparaten, 32 groepen voor besturingsapparaten en 16 scènes per voorschakelapparaat | Niet als gestandaardiseerde systeemfunctie in de 1-10V-interface zelf |
| Sensorroute | DALI-2-invoerapparaten omvatten onder meer drukknoppen, aanwezigheids- en lichtsensoren | Alleen via extra regelhardware of productspecifieke oplossingen buiten de kale 1-10V-interface |
| Bekabeling | 2-draads bus voor voeding en data op hetzelfde aderpaar; vrije topologie, geen polariteitsvereiste | Analoge sturing via afzonderlijke dimdraden; spanningsval op lange kabels beïnvloedt het lichtniveau |
| Dimgedrag | Digitale commando’s via adressen, groepen en scènes | Curvekeuze, minimum dimniveau en dimmen tot uit zijn product- of apparaatgebonden |
| Inbedrijfstelling | Adresseren, groeperen, scènes toewijzen en logica controleren | Vooral kringgewijs instellen; minder configuratie, maar ook minder herindeelbaarheid |
| Foute vergelijking | Niet reduceren tot alleen “meer functies” | Niet verkopen als “goedkope DALI” |
| Sterke inzet | Projecten met zones, sensoren, latere herindeling en dossiermatige configuratie | Vaste dimkringen, eenvoudige groepsregeling of bewuste analoge retrofit |
Voordelen DALI-2
- Publiek aantoonbare adressering, groepen en scènes maken een echte besturingslaag mogelijk
- DALI-2 standaardiseert besturingsapparaten zoals invoerapparaten en applicatiecontrollers
- Aanwezigheids- en lichtsensoren vallen binnen hetzelfde gecertificeerde ecosysteem
- Vrije topologie en een 2-draads bus beperken de koppeling tussen zone-indeling en vaste bedrading
- Later wijzigen van groepen en scènes gebeurt in principe in de configuratie, niet alleen in de bekabeling
Voordelen 1-10V
- Technisch begrijpelijk voor basisdimmen zonder adressering en systeemopbouw
- Kan doelmatig blijven wanneer één vaste groep lichtpunten samen moet dimmen
- Publieke driverdocumentatie en configuratietools beschrijven helder hoe de analoge dimingang werkt
- Kan logisch zijn bij bestaande armaturen of stuurapparaten met een bewuste 1-10V-keuze
- Minder inbedrijfstelling is een echt voordeel zolang de functionele vraag klein en stabiel blijft
Conclusie
DALI-2 en 1-10V zijn in 2026 geen twee uitvoeringen van hetzelfde regelsysteem. De controleerbare documentatie laat een fundamenteel verschil zien: DALI-2 is een digitale bus met adressen, groepen, scènes, invoerapparaten en applicatiecontrollers, terwijl 1-10V een analoge dimingang is waarvan curve, minimum dimniveau en dimmen tot uit afhankelijk kunnen zijn van het gebruikte apparaat.
De juiste keuze begint daarom niet met de vraag welke techniek “moderner” klinkt, maar met de vraag of uw project een vaste analoge dimkring nodig heeft of een digitale besturingslaag die zones, sensoren en latere herconfiguratie kan dragen. Wie dat verschil negeert, vergelijkt geen systemen maar begrippen van een verschillend niveau.
Gebruik deze vergelijking voor: systeemniveau, dimkring, adressen, sensoren, commissioning en beheer. Marktstandaardclaims, vaste kostenbesparing, universeel dimbereik of zogenaamd verplichte systeemkeuzes horen niet als beslisregel in het projectdossier.
De kernvraag in 2026
De meeste vergelijkingspagina’s beginnen met de verkeerde vraag. Zij vragen welk systeem “beter dimt”, terwijl de echte ontwerpvraag meestal anders luidt: heeft een project behoefte aan een digitale besturingslaag met adressen, groepen, scènes en sensoren, of volstaat een vaste analoge dimkring waarin meerdere stuurapparaten samen hetzelfde regelsignaal volgen?
Zodra u die vraag voorop zet, blijkt dat DALI-2 en 1-10V niet op hetzelfde systeemniveau zitten. DALI-2 beschrijft een compleet bus- en apparaatmodel. 1-10V beschrijft in de geraadpleegde documentatie vooral de analoge diminterface van een stuurapparaat. Dat is een fundamenteel ander vertrekpunt.
Waarom DALI-2 en 1-10V niet op hetzelfde systeemniveau zitten
De DALI Alliance beschrijft een DALI-2-systeem als een 2-draads bus waarop voeding en data over hetzelfde aderpaar lopen. Op één DALI-subnet zijn volgens de publieke systeemdocumentatie 64 adressen voor voorschakelapparaten en 64 adressen voor besturingsapparaten beschikbaar. Dezelfde publicatie noemt ook 16 groepen voor voorschakelapparaten, 32 groepen voor besturingsapparaten en 16 scènes per voorschakelapparaat.
1-10V wordt in de geraadpleegde Signify-documentatie heel anders omschreven. Daar gaat het om een analoge 1-10V- of 0-10V-ingang waarmee het stuurapparaat zijn uitgangsstroom aanpast. De documentatie spreekt dus niet over een adressysteem, een busvoeding of een eigen groepen- en scenemodel, maar over een diminterface met spanningsniveau, kabelinvloed en productspecifieke instellingen.
Wat DALI-2 hard maakt
Voor DALI-2 is de systeemopbouw helder. De DALI Alliance noemt niet alleen voorschakelapparaten, maar ook besturingsapparaten als essentieel onderdeel van het systeem. Die besturingsapparaten bestaan uit applicatiecontrollers en invoerapparaten. Voor invoerapparaten noemt de DALI-systematiek onder meer:
- drukknoppen volgens deel 301;
- absolute invoerapparaten zoals schakelaars en schuiven volgens deel 302;
- aanwezigheidssensoren volgens deel 303;
- lichtsensoren volgens deel 304.
Dezelfde documentatie maakt ook duidelijk dat invoerapparaten informatie leveren aan applicatiecontrollers en dat meerdere invoerapparaten de bus kunnen delen. Daardoor is DALI-2 niet alleen een dimsignaal, maar een gestandaardiseerde manier om beslissingen, invoer en lichtsturing in hetzelfde systeem onder te brengen.
Wat 1-10V hard maakt
Signify beschrijft 1-10V in zijn ontwerpdocumentatie als een traditionele manier om de uitgangsstroom van een driver analoog te regelen. In de geraadpleegde outdoor-documentatie staat expliciet dat 1-10V-dimming de driveruitgang tot 10% regelt en dat lange 1-10V-kabels spanningsval kunnen veroorzaken, met verschil in lichtniveau als gevolg.
Nog belangrijker is wat Signify in zijn officiële configuratiedocumentatie laat zien: voor 0-10V en 1-10V zijn curvekeuze, minimum dimniveau en dimmen tot uit geen universele internetwaarheden, maar apparaat- of productspecifieke functies. De documentatie noemt expliciet meerdere curvevormen en zegt dat de ondersteunde curves productgebonden zijn. Ook dimmen tot uit en minimum dimstroom worden daar als productspecifiek beschreven.
Dat heeft een directe ontwerpconclusie: wie 1-10V specificeert, moet niet vertrouwen op een generieke vergelijkingstabel, maar op de concrete driverdocumentatie van het gekozen product.
Waar online vergelijkingen ontsporen
Een veelgemaakte fout is dat 1-10V wordt gepresenteerd als een “eenvoudige versie” van DALI-2. Dat is inhoudelijk zwak. DALI-2 voegt niet slechts wat extra functies toe aan dezelfde basislaag; het definieert een andere systeemarchitectuur met adressen, besturingsapparaten, groepen, scènes en buscommunicatie.
De omgekeerde fout komt ook voor. Daarbij wordt DALI-2 neergezet alsof de aanwezigheid van een DALI-bus automatisch leidt tot een beter project. Ook dat volgt niet uit de documentatie. DALI-2 vraagt namelijk een werkelijke configuratie- en beheerstap. Zonder goede adressering, groepslogica en documentatie blijft er vooral een complexer systeem over.
Sensoren, zones en inbedrijfstelling
Hier wordt het verschil tussen beide keuzes het duidelijkst. DALI-2 heeft een openbare, gestandaardiseerde route voor invoerapparaten zoals licht- en aanwezigheidssensoren. Daardoor kan een zonestructuur worden opgebouwd uit adressen, groepen, scènes en logica binnen hetzelfde ecosysteem.
Bij 1-10V blijft de diminterface zelf veel smaller. Sensoren of lokale bediening kunnen in een project nog steeds worden toegepast, maar dan via een extra regelaar, een productspecifieke controller of een aparte besturingslaag buiten de kale 1-10V-interface. Dat is precies waarom 1-10V logisch kan zijn voor een kleine vaste kring, maar veel sneller schuurt zodra zones later moeten veranderen.
Inbedrijfstelling volgt uit die systeemlogica. Bij DALI-2 horen adresseren, groeperen, scènewaarden vastleggen en het testen van invoerlogica. Bij 1-10V draait de oplevering veel sterker om juiste bekabeling, groepsindeling, compatibele regelcomponenten en controle van het werkelijke dimbereik van de gekozen driver.
Wat u in 2026 niet meer moet beweren
| Veel gelezen claim | Wat controleerbaar klopt |
|---|---|
| DALI-2 en 1-10V zijn twee dimprotocollen op hetzelfde niveau | Nee. DALI-2 is een digitaal bussysteem met voorschakelapparaten en besturingsapparaten; 1-10V is in de geraadpleegde documentatie een analoge diminterface. |
| 1-10V heeft altijd hetzelfde dimverloop | Nee. Signify noemt verschillende 0-10V- en 1-10V-curves en beschrijft de curvekeuze als apparaat- of productspecifiek. |
| 1-10V dimt altijd tot uit | Nee. Dimmen tot uit wordt in de geraadpleegde Signify-configuratiedocumentatie expliciet als productspecifieke functie beschreven. |
| DALI-2 is alleen zinvol bij zeer grote gebouwen | Dat volgt niet uit de documentatie. De relevante grens is niet gebouwgrootte, maar de behoefte aan adressen, groepen, scènes, sensoren en herconfiguratie. |
| 1-10V is per definitie de goedkoopste projectkeuze | Daarvoor biedt de geraadpleegde officiële documentatie geen universeel bewijs. De techniek kan eenvoudiger zijn, maar projectkosten hangen af van de totale regelopzet en latere wijzigingsbehoefte. |
Praktische beslisvragen voor ontwerp en beheer
- Moeten lichtpunten individueel of per softwaregroep instelbaar zijn? Zo ja, dan past DALI-2 inhoudelijk beter bij de vraag.
- Zijn aanwezigheidssensoren en lichtsensoren onderdeel van dezelfde regelarchitectuur? Dan sluit de DALI-2-documentatie daar direct op aan.
- Blijft de zone-indeling echt stabiel? Bij een vaste kring zonder herindeling kan 1-10V nog steeds doelmatig zijn.
- Is het dimbereik van de gekozen driver al productspecifiek gecontroleerd? Bij 1-10V mag dat nooit uit een generieke webtekst worden afgeleid.
- Wordt toekomstige herconfiguratie onderdeel van het beheercontract? Dan is een digitale besturingslaag doorgaans inhoudelijk verdedigbaarder dan alleen een analoge dimingang.
Conclusie
De juiste vergelijking luidt daarom niet DALI-2 of 1-10V, maar digitale bus of analoge dimkring. Kies DALI-2 wanneer een project draait om adressen, sensoren, scènes en latere herschikking. Kies 1-10V wanneer de ontwerpvraag echt beperkt blijft tot eenvoudige groepsdimming en u het werkelijke drivergedrag productspecifiek hebt gecontroleerd.